Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door verweerder bij besluit van 24 maart 2020 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde bodemzaak (NL20.7821) op 22 oktober 2021. In de bodemprocedure werd het bestreden besluit vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Gelet op deze uitkomst wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.