ECLI:NL:RBDHA:2021:13575

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 december 2021
Publicatiedatum
9 december 2021
Zaaknummer
NL21.15127
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 23 september 2021, waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de bodemzaak behandeld op 22 oktober 2021. Verzoeker is niet verschenen, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Gezien de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL21.15126) wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.

Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor professionele rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 3 december 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.15127
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. J.M. Walls), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Bij besluit van 23 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.15126, op 22 oktober 2021 op zitting behandeld. Verzoeker is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.15126, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 748,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748 (zevenhonderdachtenveertig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR18399684

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.