ECLI:NL:RBDHA:2021:13592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige geloofwaardigheidsbeoordeling Nigeriaanse asielzoeker
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vervolging of ernstige schade zou ondervinden bij terugkeer naar Nigeria.
Centraal stond het asielrelaas waarin eiser stelde problemen te hebben gekregen na het overlijden van zijn vader, die een traditionele ziener ('seer') was, en dat hij als enige zoon deze rol zou moeten overnemen. De rechtbank oordeelde dat eiser het overlijden van zijn vader niet aannemelijk had gemaakt en dat zijn verklaringen over de problemen met de gemeenschap vaag, summier en ongerijmd waren.
Eiser voerde aan dat het ontbreken van documenten verklaard kon worden door de Nigeriaanse context en dat littekens op zijn lichaam bewijs zouden vormen. De rechtbank verwierp dit, stellende dat het ontbreken van officiële documenten niet onverklaard kon blijven en dat littekens geen concrete onderbouwing boden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het beroep als ongegrond heeft afgewezen, omdat eiser onvoldoende geloofwaardige en onderbouwde feiten had aangevoerd die een reëel risico op vervolging of ernstige schade aannemelijk maken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardige onderbouwing.