ECLI:NL:RBDHA:2021:13641
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken geboorteakte en onvoldoende bewijsnood
Eiser heeft verzocht om naturalisatie tot Nederlander, maar verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat eiser geen geboorteakte of paspoort kon overleggen om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen. Eiser stelde dat er sprake was van bewijsnood vanwege langdurig legaal verblijf in Nederland en de onveilige situatie in zijn land van herkomst, en dat hij daarom vrijstelling van de bewijslevering zou moeten krijgen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het verzoek heeft afgewezen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van bewijsnood. Verweerder heeft aangetoond dat eiser in eerdere asielprocedures een geboorteakte had, die verloren zou zijn gegaan, en dat eiser eerder een vals bevonden geboorteakte heeft overgelegd. De verklaringen van de ambassade die eiser niet kan traceren, zijn onvoldoende om bewijsnood aan te nemen.
Ook de stelling dat de coronapandemie en de onveilige situatie in het land van herkomst het verkrijgen van documenten onmogelijk maken, leidt niet tot bewijsnood omdat eiser via de ambassade in Nederland documenten kan verkrijgen. De rechtbank acht de hoorplicht niet geschonden omdat het bezwaar geen nieuwe gronden bevatte die tot een ander besluit konden leiden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard.