ECLI:NL:RBDHA:2021:13646
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid door ontbreken connexiteitsvereiste
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor regulier met als doel arbeid als zelfstandige ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 31 juli 2021. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening alleen kan worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste). Inmiddels is het bezwaar op 22 september 2021 ongegrond verklaard en heeft verzoeker geen beroep ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn.
Omdat niet langer wordt voldaan aan de connexiteitsvereiste, is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de connexiteitsvereiste.