Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres,
mede namens haar minderjarige kind:
[kind] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder miskent verder dat artikel 8, vierde lid, van de Dublinverordening bepaalt dat verweerder verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag. Uitgangspunt is immers dat de lidstaat waar de alleenstaande minderjarige vreemdeling een asielaanvraag heeft ingediend verantwoordelijk is, mits dit in het belang is van de minderjarige vreemdeling. Als verweerder daarvan af wil wijken had verweerder een gedegen en zorgvuldig onderzoek moeten verrichten naar het belang van eiseres. Verweerder heeft onvoldoende de belangen van eiseres als minderjarige meegewogen in de zin van artikel 8, vierde lid in samenhang met artikel 6, derde lid van de Dublinverordening en heeft ten onrechte de herplaatsingsprocedure in Griekenland als ijkpunt genomen. Eiseres verwijst hierbij naar het arrest M.A. [4] van het Hof [5] en (onder meer) de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 december 2020 [6] .
“Aangezien niet-begeleide minderjarigen bijzonder kwetsbare personen zijn, komt het erop aan de procedure strekkende tot vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat niet langer te laten duren dan strikt noodzakelijk, hetgeen impliceert dat zij in beginsel niet aan een andere lidstaat worden overgedragen”. [7]
De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien of een bestuurlijke lus toe te passen. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak en het door Nidos opgestelde verslag van 25 november 2021. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.
€ 1.496,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).