ECLI:NL:RBDHA:2021:13698
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, die stelt staatloos te zijn en geboren in 1966, had beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken en hem ongewenst te verklaren.
Tegelijk met de hoofdzaak (zaaknummer NL20.14632) vond op 18 november 2020 de zitting plaats waarin ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 9 februari 2021 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.