ECLI:NL:RBDHA:2021:13701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken familierechtelijke relatie en gezinsleven
Eiser, van Eritrese nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor verblijf als familie- of gezinslid. Verweerder wees de aanvraag af omdat de familierechtelijke relatie met referent en diens moeder niet was aangetoond. Eiser stelde dat het moeilijk was officiële documenten te verkrijgen en dat sprake was van een beschermenswaardig gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht bewijsnood aannam vanwege het ontbreken van officiële documenten en dat de overgelegde doopakte onvoldoende indicatieve waarde had. Verweerder hoefde daarom geen DNA-onderzoek aan te bieden. De rechtbank vond dat de familierechtelijke relatie niet aannemelijk was gemaakt.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat geen sprake was van beschermenswaardig gezinsleven, omdat eiser niet door referent was opgevoed, zij niet samenwoonden en referent pas na lange tijd gezinshereniging verzocht. Het bezwaar werd als kennelijk ongegrond beschouwd, waardoor horen achterwege kon blijven. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van familierechtelijke relatie en gezinsleven.