1.4.Eiseres heeft verweerder verzocht om vergoeding (hierna ook: compensatie) van de door haar aan de ex-werkneemster betaalde transitievergoeding. Verweerder heeft die compensatie vastgesteld op € 0,- en die vaststelling in bezwaar gehandhaafd.
2. Eiseres is het niet eens met de vastgestelde compensatie en voert daartegen aan dat verweerder er ten onrechte vanuit gaat dat de compensatie op grond van artikel 7:673e,, tweede lid, van het BW op nul behoort te worden gesteld omdat het opzegverbod tijdens ziekte zou zijn geëindigd voor 1 juli 2015, toen de wettelijke transitievergoeding nog niet was ingevoerd. Volgens eiseres geeft verweerder daarmee een onjuiste toepassing aan dit wetsartikel. Zij kon de arbeidsovereenkomst pas opzeggen na het tijdvak van de loonsanctie en toen was zij een transitievergoeding verschuldigd. Dientengevolge heeft zij aanspraak op compensatie van de door haar betaalde vergoeding. Met artikel 7:673e, tweede lid, van het BW is slechts beoogd die compensatie te beperken tot het deel van de transitievergoeding dat ziet op de eerste twee jaren van ziekte, en de opbouw van de transitievergoeding over het loonsanctiejaar niet te compenseren. Met het artikel is niet bedoeld eiseres geheel van compensatie uit te sluiten. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar de wetsgeschiedenis en naar uitspraken van de rechtbank Overijsel van 24 maart 2020 en van de rechtbank Rotterdam van 28 juli 2021.
3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het peilmoment voor het recht op compensatie ligt bij het einde van het opzegverbod wegens ziekte na twee jaar als bedoeld in artikel 7:670, eerste lid, onderdeel a, van het BW, dat wil in deze zaak zeggen op 19 mei 2015. Omdat deze datum vóór 1 juli 2015 ligt, was er nog geen transitievergoeding verschuldigd en is het recht op compensatie € 0,-. Verweerder onderbouwt zijn standpunt met de stelling dat de wettekst van artikel 7:673e, tweede lid, van het BW geen ruimte laat voor interpretatie. Verweerder verwijst hiervoor naar een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 28 juli 2021.De bedoeling van de wetgever kan geen rol spelen.
4. De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
5. Als gevolg van de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) is een werkgever sinds 1 juli 2015, aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd als de werkgever de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid beëindigt. De wetgever heeft in artikel 7:673e van het BW voorzien in een vergoedingsregeling voor werkgevers.Werkgevers kunnen bij het Uwv verzoeken om een vergoeding van de transitievergoeding betaald aan een langdurig arbeidsongeschikte. Deze aan de werkgever uit te keren vergoeding wordt algemeen, ook door de wetgever, aangeduid als ‘compensatie’. De rechtbank sluit zich bij die term aan.
6. In artikel 7:673e, eerste lid, onder a, van het BW zijn de voorwaarden geformuleerd waaraan moet worden voldaan wil een werkgever aanspraak kunnen maken op compensatie.