Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 december 2021 in de zaak tussen
Maatschap [eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
het bedragaan transitievergoeding dat de werkgever op grond van artikel 7:673 van Pro het BW verschuldigd zou zijn. Die verwijzing duidt op de hoogte van de volgens artikel 7:673 van Pro het BW verschuldigde transitievergoeding en niet op de verschuldigdheid van de vergoeding als zodanig. In artikel 7:673, tweede lid van het BW e.v. is bepaald hoe de hoogte van de transitievergoeding wordt berekend. Dit wordt gedaan aan de hand van de daadwerkelijke duur van de arbeidsovereenkomst. In die context kan artikel 7:673e, tweede lid van het BW ook slechts als rekenvoorschrift worden gelezen, in die zin dat bij berekening van de maximale hoogte van de compensatie, de duur van de arbeidsovereenkomst in voorkomend geval fictief wordt bekort (door van een eerdere beëindigingsdatum uit te gaan).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.496,-.