Eisers, vijf appartementseigenaren, vorderden vernietiging van het besluit tot wijziging van de splitsingsakte van de VvE wegens vermeende schade door een toename van hun breukdeel en daarmee hun bijdrage aan gemeenschappelijke kosten.
De rechtbank beoordeelde de redelijkheid van de door de VvE aangeboden schadeloosstelling aan de hand van de jaarrekening 2019, waarbij ook het voordeel van een groter aandeel in de reservefondsen werd betrokken. Eisers stelden dat de schadeloosstelling onvoldoende was vanwege toekomstige kostenstijgingen, inflatie en investeringen in verduurzaming, maar de rechtbank vond deze argumenten onvoldoende onderbouwd en te speculatief.
De berekeningen van de VvE werden als juist beoordeeld, waarbij de totale kosten en de verdeling van administratie- en portikosten werden vastgesteld. De rechtbank concludeerde dat de compensatie over een periode van zeven jaar redelijk is en dat eisers per saldo geen nadeel lijden, mede door het voordeel in reservefondsen.
Daarom werd de vordering tot vernietiging afgewezen en werden eisers veroordeeld in de proceskosten. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 15 december 2021.