Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eisers] , eisers
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluiten van 15 december 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
- Identiteit, nationaliteit en herkomst
- Deelname aan demonstraties
- Niet geloven in de islam
- Identiteit, nationaliteit en herkomst
- Niet praktiseren van de islam
- Eisers zijn legaal uitgereisd vanuit Iran naar Nederland, ondanks dat eiseres stelt dat zij in de negatieve belangstelling zou staan van de Iraanse autoriteiten omdat zij zou zijn gefotografeerd tijdens demonstraties waaraan zij deelnam, wat overigens slechts op een vermoeden is gebaseerd.
- Verweerder heeft de verklaringen van eiseres over de demonstraties summier mogen vinden en verweerder heeft mogen vinden dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt vanuit welke politieke overtuiging en drijfveer zij zou hebben deelgenomen aan deze demonstraties. Verweerder heeft het bevreemdend kunnen vinden dat eiseres - terwijl haar drijfveer onduidelijk is en ze heeft verklaard dat ze angst voelt - toch heeft deelgenomen aan de demonstraties. Op dit punt is naar het oordeel van de rechtbank voldoende door verweerder doorgevraagd, zodat de rechtbank eisers niet volgt dat verweerder dit onvoldoende zou hebben gedaan. Daar komt bij dat het in eerste instantie aan de vreemdeling zelf is om te verklaren.
- Verweerder heeft mogen vinden dat eiseres wisselende verklaringen heeft afgelegd over waarom zij geen of weinig gescandeerde leuzen tijdens de demonstraties weet. Eerst wist zij zich niets te herinneren omdat het er zoveel waren, later als zij daarmee wordt geconfronteerd verklaart zij dat zij het niet meer weet omdat zij bezig was met haar eigen veiligheid en dan weet zij wel leuzen te noemen, die slechts algemeen van aard zijn. De rechtbank is van oordeel dat - nu de deelname aan demonstraties de kern van haar relaas betreft - er op dit punt meer van eiseres haar verklaringen mag worden verwacht, ook al heeft eiseres verklaard dat ze alles rondom de demonstraties graag wenst te vergeten. Voor zover wordt gesteld dat dit ook met haar psychische gesteldheid te maken heeft, stelt de rechtbank vast dat haar psychische klachten op geen enkele wijze worden onderbouwd.
- De afzonderlijke verklaringen van eisers over de deelname van eiseres aan de demonstraties stroken niet met elkaar. Eiseres heeft verklaard dat eiser haar heeft gevraagd niet deel te nemen aan de demonstraties, terwijl eiser zegt dat hij dit niet heeft gevraagd. Dit heeft verweerder tegenstrijdig mogen vinden. De verklaring dat zij dit onderwerp vermijden omdat dit tot conflicten leidde is in dit kader onvoldoende om de geconstateerde tegenstrijdigheid weg te nemen.
- De rechtbank stelt vast dat de gestelde negatieve aandacht van de Iraanse autoriteiten is gebaseerd op vermoedens en eiseres geen documenten kan overleggen die dit onderbouwen. Daarbij vindt de rechtbank van belang dat eiseres hier ook wisselend over heeft verklaard; ze heeft enerzijds verklaard dat ze niet zeker weet of ze gefilmd werd en anderzijds dat ze wel gefilmd is.
- Nog los van het antwoord op de vraag om hoeveel incidenten het ging en hoe vaak eiseres heeft deelgenomen aan de demonstraties, heeft verweerder mogen vinden dat eiseres niet consistent heeft verklaard over de incidenten die zich voor of tijdens de demonstraties zouden hebben voorgedaan. Zij heeft in het schriftelijk gehoor verklaard dat zij op twee dagen achter elkaar op weg was naar een demonstratie en beide keren een conflict ontstond met een agent waarbij ze werd getrokken en geduwd en daarna naar huis is gegaan. In het nader gehoor heeft zij echter verklaard dat dit beetpakken zich tijdens de demonstraties voordeed en verklaart ze dat ze vermoedt dat hier opnames van zijn gemaakt. Verweerder heeft gelet hierop mogen vinden dat uit het vorenstaande niet duidelijk wordt of ze nu wel of niet heeft deelgenomen aan de desbetreffende demonstraties. Het moment van het conflict - tijdens of op weg naar de demonstratie - is bovendien onduidelijk gebleven. Eiseres geeft in de zienswijze aan dat het om twee verschillende incidenten ging, maar heeft verder onvoldoende helderheid kunnen gegeven over de incidenten zelf.
- Eisers hebben nadat zij het telefoontje van de moeder van eiseres kregen op 19 januari 2020 tot 1 februari 2020 gewacht met het aanvragen van asiel. Verweerder heeft niet ten onrechte aangevoerd dat dit afbreuk doet aan de oprechtheid van de verklaring van eiseres dat ze angstig was. Eiseres heeft in beroep verklaard dat zij zich veilig waande in Nederland en dat van acute nood geen sprake was en het vragen van asiel niet relevant. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit inconsistent heeft mogen vinden in vergelijking met haar verklaringen in het gehoor dat ze zich op dat moment zo angstig voelde.