ECLI:NL:RBDHA:2021:13851
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig rayonmanager, had eerder een WIA-uitkering wegens buik- en psychische klachten. Na beëindiging van de uitkering wegens vermindering van arbeidsongeschiktheid, meldde zij zich meerdere keren toegenomen arbeidsongeschikt. Het UWV stelde echter dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak en weigerde de uitkering.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van verzekeringsartsen, die concludeerden dat er geen objectief bewijs was voor toegenomen beperkingen per 21 juni 2019. De brief van een chirurg en andere medische stukken boden geen nieuwe relevante informatie die tot een ander oordeel zou leiden.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zijn besluit zorgvuldig had genomen en dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat de medische beoordeling onjuist was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.