ECLI:NL:RBDHA:2021:13852
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing op bezwaar kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende motivering
Eiseres ontving voor 2018 een voorschot kinderopvangtoeslag dat meerdere keren werd herzien. De definitieve vaststelling leidde tot een terugvordering van €544, inclusief rente, omdat zij meer voorschotten had ontvangen dan het definitieve bedrag. Eiseres betwistte de hoogte van de ontvangen voorschotten en stelde dat zij minder had ontvangen dan de Belastingdienst claimde.
De Belastingdienst maakte in beroep inzichtelijk dat een deel van de toegekende toeslag was gebruikt voor aflossing van openstaande vorderingen uit eerdere jaren, waardoor het daadwerkelijk aan eiseres uitbetaalde bedrag lager was. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst voldoende had onderbouwd hoe de verrekeningen waren ontstaan en dat er geen reden was om aan de juistheid daarvan te twijfelen.
De rechtbank stelde echter vast dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende was gemotiveerd, omdat de verrekeningen niet duidelijk waren gemaakt bij het bezwaar. Hierdoor was eiseres niet adequaat gehoord, wat een schending van het hoor en wederhoor-beginsel betekende. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven gehandhaafd.
Ten slotte wees de rechtbank erop dat de hoogte van de vastgestelde tegemoetkoming niet onderwerp van deze procedure was en dat eiseres een verzoek tot herziening kan indienen indien zij meent dat haar aanspraak onjuist is vastgesteld. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.