ECLI:NL:RBDHA:2021:13854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis
Eiser ontving eerder een WW-uitkering en een Ziektewetuitkering (ZW-uitkering). Na beëindiging van de ZW-uitkering per 3 juni 2019 vroeg hij opnieuw een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat hij niet voldeed aan de referte-eis van 26 gewerkte weken in de 36 kalenderweken voorafgaand aan werkloosheid.
De rechtbank oordeelt dat de periode waarin eiser een ZW-uitkering ontving niet meetelt voor de referteperiode, waardoor de referteperiode werd verlengd tot vóór de ZW-uitkering. In deze verlengde periode had eiser niet voldoende gewerkte weken, mede omdat eerdere gewerkte weken al waren gebruikt voor een eerdere WW-uitkering.
Eisers beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank wijst ook het bezwaar tegen de procesgang af en bevestigt dat eiser zijn volledige WW-uitkering van begin 2018 heeft genoten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering gehandhaafd.