ECLI:NL:RBDHA:2021:13855
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling en procesbelang vastgesteld
Eiser was werkzaam als medewerker expeditie en meldde zich op 8 maart 2019 ziek. Verweerder kende hem een Ziektewetuitkering toe. Na een eerstejaarsbeoordeling in 2020, op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek, besloot verweerder de uitkering per 7 april 2020 te beëindigen omdat eiser meer dan 65% van zijn loon kon verdienen.
Eiser voerde aan dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld en nog last had van zijn rug. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met lichamelijk en psychisch onderzoek en dossierstudie. De rapporten van de verzekeringsartsen waren consistent en toereikend, en er waren geen aanwijzingen voor onjuistheden.
Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser geschikt was voor bepaalde functies waarmee hij voldoende loon kon verdienen. Verweerder betwistte het procesbelang, maar erkende dat eiser belang had bij het behoud van WW-rechten. De rechtbank stelde vast dat eiser procesbelang heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.