ECLI:NL:RBDHA:2021:13858
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV
Eiseres had een WIA-uitkering die door het UWV per 5 februari 2018 werd beëindigd. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar gegrond en beëindigde de uitkering per 2 juni 2019. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure werd medische informatie uitgewisseld en een deskundige benoemd die een rapport uitbracht. Uiteindelijk trok het UWV het bestreden besluit in en nam een nieuw besluit waarin eiseres gedeeltelijk arbeidsongeschikt werd verklaard vanaf 5 februari 2018.
Naar aanleiding van de intrekking van het beroep verzocht eiseres om vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het beroep was ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan eiseres was tegemoetgekomen, zoals bedoeld in artikel 8:75a Awb, en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling toe.
De proceskosten werden vastgesteld op € 2.244 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij punten werden toegekend voor het indienen van het beroepschrift, verschijnen ter zitting en het indienen van medische informatie en reacties. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het betaalde griffierecht van € 47 door verweerder aan eiseres moet worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter M.P. Verloop op 8 december 2021.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 2.244 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.