ECLI:NL:RBDHA:2021:13869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Duitsland niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet of dat er sprake is van schending van relevante Europese richtlijnen of het risico op indirect réfoulement.
De rechtbank overwoog dat Duitsland garanties biedt voor een correcte behandeling van de asielaanvraag en dat eiser onvoldoende onderbouwde dat hij in Duitsland onder slechte omstandigheden opvang zou krijgen of geen medische zorg kan ontvangen.
Verder werd geoordeeld dat de aangevoerde jurisprudentie niet van toepassing is op deze overdracht binnen de EU en dat verweerder terecht geen gebruik maakte van de discretionaire bevoegdheid om af te zien van overdracht.
De rechtbank vond het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en zorgvuldig genomen en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland wordt ongegrond verklaard.