Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een 62-jarige vrouw van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij haar zoon te verblijven op grond van artikel 8 EVRM Pro. De aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een familierechtelijke relatie en het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon.
Eiseres voerde aan dat ook haar jongere zoon als referent had moeten worden erkend en dat de familierelatie voldoende was aangetoond, mede door nieuwe documenten en verklaringen. Tevens stelde zij dat verweerder ten onrechte geen DNA-onderzoek had aangeboden ondanks bewijsnood en dat de afhankelijkheidsrelatie te streng was beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de jongere zoon niet als referent kon worden aangemerkt omdat hij niet op de aanvraag stond vermeld, en dat dit geen nadeel voor eiseres opleverde. Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder een juist toetsingskader hanteerde, waarbij alle relevante omstandigheden waren meegewogen, en dat geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.