ECLI:NL:RBDHA:2021:13870
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De behandeling van de voorlopige voorziening vond plaats op 2 februari 2021 via een Skype-verbinding, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL21.829) gelijktijdig werd behandeld en daarover reeds een uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.