ECLI:NL:RBDHA:2021:13871
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening visum kort verblijf voor partnerbezoek bij bevalling
Verzoeker, momenteel verblijvend in Kaapverdië, heeft een visum kort verblijf aangevraagd om bij de bevalling van zijn partner in Nederland te kunnen zijn. De aanvraag werd afgewezen door verweerder vanwege onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf, onvoldoende middelen van bestaan en twijfel over het vertrek na verblijf. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een zwaarwegend spoedeisend belang vanwege de naderende bevalling van de partner. Verweerder erkende dat het doel van het verblijf aannemelijk was gemaakt en dat verzoeker volledig gevaccineerd is, maar bleef twijfelen over de terugkeer van verzoeker naar Kaapverdië.
Verzoeker bood aan zijn paspoort in te leveren, een borgsom te betalen en zich te houden aan een meldplicht. De voorzieningenrechter vond dat deze feiten en omstandigheden voldoende waarborgen bieden voor terugkeer. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en verweerder opgedragen binnen vier dagen een visum te verstrekken onder voorwaarden zoals een borgsom van €25.000, wekelijkse meldplicht en inlevering paspoort.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening voor visum kort verblijf wordt toegewezen onder voorwaarden van borgsom, meldplicht en paspoortinlevering.