ECLI:NL:RBDHA:2021:13954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende zorgvuldige bekendmaking
Eiser, met Marokkaanse nationaliteit, had sinds 1998 een verblijfsvergunning regulier. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht in per 21 juni 2012, omdat werd aangenomen dat eiser zijn hoofdverblijf buiten Nederland had verplaatst. Het primaire besluit werd aangetekend verzonden naar het laatst bekende adres, maar eiser ontving dit niet omdat hij daar niet meer woonde. Verweerder beschikte wel over een e-mailadres en telefoonnummer van eiser.
Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door niet te proberen daadwerkelijk contact te leggen met eiser via e-mail of telefoon voordat het besluit werd verzonden naar het oude adres. Hierdoor was het primaire besluit niet correct bekendgemaakt.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend en vernietigde het bestreden besluit. Verweerder werd opgedragen alsnog inhoudelijk op het bezwaar te beslissen en werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige bekendmaking.