In deze zaak vordert de vader nakoming van een eerder vastgestelde belcontactregeling en vakantieregeling met zijn zoon, die gediagnosticeerd is met een autismespectrumstoornis. De moeder heeft het belcontact begin juli 2021 stopgezet vanwege spanningen die het kind ervaart tijdens de (beeld)belmomenten met de vader. De vader betwist dat hij druk legt op het kind en stelt dat de moeder hem uit het leven van het kind wil weren.
De voorzieningenrechter weegt het belang van het kind en het recht op contact met de ouder, zoals gewaarborgd in het EVRM en BW. Gezien de recente emotionele impact van de verhuizing van de vader en de spanningen bij het kind, wordt de belcontactregeling voor drie maanden geschorst. Dit geeft het kind de ruimte om samen met zijn therapeute te bespreken hoe het contact op een prettige manier kan worden hervat.
De vakantieregeling wordt niet geschorst, maar de vader wordt aangespoord om tijdig en in overleg met de therapeute de invulling hiervan te plannen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 1 september 2021 gewezen door de voorzieningenrechter.