ECLI:NL:RBDHA:2021:14016
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens onvoldoende bewijs van zorgtaken voor minderjarige zoon
Verzoeker, van Albanese nationaliteit, verblijft sinds 2011 in Nederland en heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning op basis van familieleven vanwege de zorg voor zijn 9-jarige zoon met verblijfsrecht in Nederland. De staatssecretaris heeft deze aanvraag afgewezen omdat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat hij daadwerkelijk zorgtaken uitvoert, ondanks het overleggen van een ouderschapsplan en foto’s.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel het ouderschapsplan op zich niet voldoende bewijs is, verzoeker ter zitting heeft aangegeven dat hij aanvullende verklaringen kan overleggen, zoals een verklaring van het zwembad waar hij zijn zoon naar zwemles brengt. Hierdoor is het mogelijk dat verzoeker in bezwaar alsnog gelijk krijgt.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar, en wordt verzoeker beschermd tegen uitzetting in die periode. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het bestreden besluit is geschorst en verzoeker mag niet worden uitgezet tot vier weken na de beslissing op bezwaar.