ECLI:NL:RBDHA:2021:14058
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Munsterman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking bijstandsuitkering wegens verblijf buitenland langer dan vier weken
Verzoeker verbleef van 7 juni 2021 tot na 6 juli 2021 in het buitenland, waardoor hij de toegestane periode van vier weken overschreed. Verweerder trok op 21 september 2021 de bijstandsuitkering per 6 juli 2021 in en vorderde terugbetaling van de uitkering over juli 2021.
Verzoeker betwistte het besluit, onder meer omdat hij vanwege ziekte langer in het buitenland verbleef en verweerder hem om stukken vroeg terwijl hij niet in Nederland was. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verblijf langer dan vier weken vaststaat en dat de reden van het verblijf niet relevant is voor het recht op bijstand.
De medische informatie van verzoeker toonde geen acute noodsituatie aan die een uitzondering op de regel zou rechtvaardigen. Er was wel sprake van spoedeisend belang voor de intrekking, maar niet voor de terugvordering. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.