ECLI:NL:RBDHA:2021:14065
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing mvv-aanvraag wegens schending hoorplicht
De zaak betreft de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aanvraag van eiser, zoon van een asielvergunninghouder die in Nederland verblijft met zijn huidige echtgenoot en kinderen. Verweerder wees de aanvraag af omdat werd uitgegaan van een polygame situatie, waarbij eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn vader was gescheiden van zijn eerste echtgenote.
Eiser betoogde dat het huwelijk in 2004 wettelijk was ontbonden, maar dat hij de echtscheidingsakte niet kon overleggen vanwege bewijsnood. Tevens stelde hij dat de brief van VluchtelingenWerk Nederland, waarin werd verklaard dat er geen scheiding was, onjuist was door miscommunicatie en vertaalproblemen. Ook stelde eiser dat zijn vader ten onrechte niet was gehoord in bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat het horen een essentieel onderdeel is van de bezwaarprocedure en dat verweerder niet mocht afzien van het horen, mede gelet op de geloofwaardigheid van de asielverklaring en de onderbouwing van eiser. Verweerder heeft daarmee de hoorplicht geschonden. Het bestreden besluit is daarom vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens is verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht.