ECLI:NL:RBDHA:2021:14066
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening mvv-aanvraag afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker had een mvv-aanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 23 oktober 2020 werd afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, dat op 22 januari 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed vereist is. Echter, de rechtbank had op dezelfde dag het beroep van verzoeker gegrond verklaard, waardoor er geen lopende beroepsprocedure meer was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M.D. Gunster, in aanwezigheid van griffier J.F.A. Bleichrodt, op 3 december 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskosten.