ECLI:NL:RBDHA:2021:14098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, voormalig bedrijfsleider, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens psychische en lichamelijke klachten. Verweerder wees de uitkering af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten.
Eiser stelde dat hij de geduide functies niet kon vervullen vanwege onder meer concentratieproblemen, persoonlijkheids- en angststoornissen, en hoogsensitiviteit. De rechtbank oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de beperkingen van eiser voldoende in kaart waren gebracht.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de functies die eiser zou moeten vervullen de belastbaarheid overschreden. De stellingen van eiser over concentratieproblemen en hoogsensitiviteit waren onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat de weigering van de WIA-uitkering op goede gronden berust.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard.