Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
toendeze jongen zo leuk vond. Verweerder zal nader moeten motiveren waarop hij de aannames baseert dat een 12-jarige zich niet tot een andere 12-jarige aangetrokken kan voelen vanwege het uiterlijk van die ander en het vermogen om anderen aan het lachen te maken. Verweerder verwacht kennelijk dat eiser bij een eerste verliefdheid eerst een analyse maakt van het karakter van die ander en vervolgens beslist of hij deze ander aantrekkelijk vindt in plaats van “gewoon” zijn gevoelens te ervaren. Zonder nadere motivering kan de tegenwerping dat eiser onvoldoende weet uit te leggen wat hij aantrekkelijk vond aan de 12-jarige jongen waarmee hij geen “relatie” heeft gehad en de 13-jarige jongen waarmee hij zijn eerste seksuele ervaringen heeft opgedaan geen stand houden.
“van betrokkene wel degelijk verwacht worden dat hij kan verklaren over zijn homoseksuele gevoelens, de persoonlijke beleving van zijn geaardheid, hoe hij deze gevoelens sinds zijn twaalfde ervaart en hoe hij hier ook uiting aan heeft gegeven, zij het in Europese landen. Betrokkene was ten tijde van het GOA negentien jaar oud en besefte zich dus al ruim zeven jaar dat hij op jongens valt. Daarom mag van betrokkene verwacht worden dat hij inzicht kan verschaffen in het ontstaan en het verloop van relaties alsook kan verklaren over de overwegingen die hij heeft gemaakt ten aanzien van het uiten van zijn homoseksuele geaardheid.
op welke wijzehij dit heeft betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling. Dit had wel gemoeten, te meer omdat verweerder vooral tegenwerpt dat eiser (te) summier en (te) oppervlakkig heeft verklaard. Verweerder dient nader aan te geven of en hoe het referentiekader de bewijsdrempel beïnvloedt en daarmee de geloofwaardigheidsbeoordeling regardeert. Verweerder heeft thans volstaan met het opsommen van enkele omstandigheden en de opmerking dat hiermee rekening is gehouden. De rechtbank kan echter niet vaststellen hoe verweerder dit heeft gedaan. De beroepsgronden op dit punt slagen. Reeds hierom zal het besluit worden vernietigd.
“eiser immers zelf onvoldoende kan verklaren over zijn gevoelens en beleving als het gaat over zijn geaardheid, zijn relaties, zijn LHBTI-activiteiten, hetgeen zwaarder weegt dat getuigenverklaringen en foto’s van betrokkene”.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na heden een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.244,00.