ECLI:NL:RBDHA:2021:14118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvangen verblijfsvergunning asiel wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland
De zaak betreft een verzoeker die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft het verzoek niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, conform de Dublinverordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting.
Gezien de uitspraak in een gelijktijdige zaak (zaaknummer NL21.18481) wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.