ECLI:NL:RBDHA:2021:14221
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen en belangenafweging artikel 8 EVRM
Eisers, een broer en zus van Filipijnse nationaliteit die in Nederland zijn geboren en opgegroeid, hebben meerdere malen geprobeerd rechtmatig verblijf te verkrijgen. Hun aanvraag onder de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen werd afgewezen, met oplegging van een inreisverbod.
De rechtbank beoordeelde of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken bij de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro, die het recht op gezins- en privéleven beschermt. Hoewel verweerder alle feiten meenam, vond de rechtbank dat de belangenafweging niet overtuigend was en onvoldoende rekening hield met bijzondere omstandigheden zoals de langdurige verblijfsduur, sterke maatschappelijke en sociale banden in Nederland, en het verbroken contact met de ouders.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende gewicht had toegekend aan het feit dat eisers geen sociaal vangnet in de Filipijnen hebben, hun relatie met de partner van eiseres, en de beperkte inspanningen tot uitzetting. Daarom is het bestreden besluit in strijd met de Awb. Verweerder krijgt de gelegenheid het besluit te herstellen binnen een gestelde termijn, waarna de rechtbank zonder nieuwe zitting uitspraak zal doen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is en geeft verweerder de gelegenheid het besluit te herstellen.