ECLI:NL:RBDHA:2021:14247
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot doorhaling en nietigverklaring akte inschrijving echtscheidingsbeschikking
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot doorhaling van de akte van inschrijving van een echtscheidingsbeschikking uit 2007, stellende dat het huwelijk en de personen niet zouden bestaan. Daarnaast is subsidiair verzocht de akte nietig te verklaren.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek van de in de echtscheidingsakte genoemde personen is uitgesproken door de rechtbank Amsterdam en dat de inschrijving in het register van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage overeenkomstig artikel 1:163 BW Pro op goede gronden heeft plaatsgevonden.
Verzoeker voerde aan dat hij en de in de akte genoemde persoon dezelfde persoon zijn, maar dit leidt niet tot een grond om de akte door te halen. De rechtbank overweegt dat een akte slechts kan worden doorgehaald indien deze ten onrechte in het register voorkomt, hetgeen hier niet het geval is.
Het subsidiaire verzoek om nietigverklaring van de akte wordt eveneens afgewezen omdat de wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt en de inschrijving terecht heeft plaatsgevonden.
De rechtbank wijst beide verzoeken af en bevestigt daarmee de geldigheid van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Uitkomst: Het verzoek tot doorhaling en het subsidiaire verzoek tot nietigverklaring van de akte van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking worden afgewezen.