ECLI:NL:RBDHA:2021:14247

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2021
Publicatiedatum
22 december 2021
Zaaknummer
C/09/606854 / FA RK 21-730
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:24 BWArt. 1:21 lid 1 BWArt. 1:163 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot doorhaling en nietigverklaring akte inschrijving echtscheidingsbeschikking

Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot doorhaling van de akte van inschrijving van een echtscheidingsbeschikking uit 2007, stellende dat het huwelijk en de personen niet zouden bestaan. Daarnaast is subsidiair verzocht de akte nietig te verklaren.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek van de in de echtscheidingsakte genoemde personen is uitgesproken door de rechtbank Amsterdam en dat de inschrijving in het register van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage overeenkomstig artikel 1:163 BW Pro op goede gronden heeft plaatsgevonden.

Verzoeker voerde aan dat hij en de in de akte genoemde persoon dezelfde persoon zijn, maar dit leidt niet tot een grond om de akte door te halen. De rechtbank overweegt dat een akte slechts kan worden doorgehaald indien deze ten onrechte in het register voorkomt, hetgeen hier niet het geval is.

Het subsidiaire verzoek om nietigverklaring van de akte wordt eveneens afgewezen omdat de wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt en de inschrijving terecht heeft plaatsgevonden.

De rechtbank wijst beide verzoeken af en bevestigt daarmee de geldigheid van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.

Uitkomst: Het verzoek tot doorhaling en het subsidiaire verzoek tot nietigverklaring van de akte van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking worden afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 21-730
Zaaknummer: C/09/606854
Datum beschikking: 22 december 2021

Doorhaling akte register burgerlijke stand

Beschikking op het op 2 februari 2021 ingekomen verzoek van:

[Y] ,

verzoeker,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. K.L. Sett te Vleuten.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[x] ,

de vrouw,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief van 2 april 2021 van de zijde van de ambtenaar;
- de brief van 28 april 2021 van de zijde van verzoeker;
- de brief van 15 juni 2021 van de zijde van de ambtenaar;
- de brief van 10 juli 2021 van de zijde van verzoeker;
- het F9-formulier van 9 november 2021 van de zijde van verzoeker.
Op 17 november 2021 is de zaak ter videozitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn digitaal verschenen: verzoeker met zijn advocaat alsmede [naam medewerker 1] en [naam medewerker 2] namens de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Omdat de vrouw ook als belanghebbende in deze procedure dient te worden aangemerkt, maar niet was opgeroepen voor de behandeling ter zitting van 17 november 2021, is zij alsnog per advertentie in de Staatscourant van [datum 1] 2021 opgeroepen te verschijnen ter terechtzitting van [datum 2] 2021 teneinde op het verzoek te kunnen worden gehoord. De vrouw is niet verschenen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot:
primair:
doorhaling van de akte van inschrijving van rechterlijke uitspraak nummer [aktenummer] van het jaar 2007, ingeschreven in het register van de burgerlijke stand van de gemeente
’s-Gravenhage op [datum echtscheiding] 2007.
subsidiair:
te bepalen dat de akte van inschrijving van rechterlijke uitspraak nummer [aktenummer] van het jaar 2007, ingeschreven in het register van de burgerlijke stand van de gemeente
’s-Gravenhage op [datum echtscheiding] 2007, nietig is.
De ambtenaar heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna voor zover nodig zal worden besproken.

Feiten

- Verzoeker is in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente [woonplaats]
geregistreerd als [Y] , geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats 1] , China,
van onbekende nationaliteit.
- In de BRP is op basis van een door verzoeker afgelegde Verklaring onder Ede
opgenomen het huwelijk tussen verzoeker en [x] , gesloten op [datum huwelijk]
1983 te [plaats huwelijk] , China.
- Bij beschikking van [beschikkingsdatum] 2007 van de rechtbank Amsterdam is de echtscheiding
uitgesproken tussen verzoeker en [x] .
- De inschrijving van de echtscheiding heeft blijkens de akte op verzoek van beide
echtgenoten plaatsgevonden op [datum echtscheiding] 2007.
- Verzoeker heeft geprobeerd zijn persoonsgegevens in de BRP van de gemeente
[woonplaats] te wijzigen in [naam] , geboren op [geboortedatum] 1953 te
[geboorteplaats 2] , China.
- Het College van Burgemeester en Wethouders heeft bij brief van 4 juli 2019 aan
verzoeker kenbaar gemaakt dat zij voornemens zijn de verzochte wijziging af te
wijzen, omdat – kort gezegd – geenszins vaststaat dat verzoeker dezelfde persoon
is als de persoon die hij nu stelt te zijn.

Beoordeling

Het primaire verzoek
Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de akte van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking moet worden doorgehaald, nu deze beschikking een niet bestaand huwelijk van niet bestaande personen betreft. Verzoeker is van mening dat hij met de overgelegde stukken heeft aangetoond dat verzoeker en [naam] , geboren op [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats 2] , China, dezelfde persoon betreffen.
De ambtenaar stelt dat uit de stukken blijkt, dat de echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek van de in de echtscheidingsakte genoemde personen is uitgesproken, deze beide personen ook om de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand hebben verzocht, de akte relateert wat de rechtbank Amsterdam heeft uitgesproken en de inschrijving overeenkomstig artikel 1:163 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) op goede gronden heeft plaatsgevonden, zodat er geen grond is om de akte door te halen
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:24 BW Pro kan een akte worden doorgehaald wanneer deze ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand voor komt. De rechtbank volgt de ambtenaar in zijn standpunt, dat de akte van inschrijving van de echtscheiding op goede gronden is gebeurd. Immers, in de akte is opgenomen wat in de uitspraak van de rechtbank Amsterdam is beslist en de inschrijving van deze beschikking heeft op grond van artikel 1:163 BW Pro plaatsgevonden. Er is daarom geen sprake van een ten onrechte opgenomen akte in de registers van de burgerlijke stand. Dat de gegevens in de betreffende beschikking en akte volgens verzoeker onjuist zijn, maakt dit niet anders. Het vorenstaande leidt ertoe dat het verzoek wordt afgewezen.
Het subsidiaire verzoek
Verzoeker stelt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand op grond van artikel 1:21 lid 1 BW Pro onder meer akten van inschrijving opmaakt van in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraken tot echtscheiding betreffende buiten Nederland voltrokken huwelijken, waarvan de akte niet in de Nederlandse registers zijn opgenomen. Nu er geen buitenlands voltrokken huwelijk is, is de akte van inschrijving nietig, aldus verzoeker.
De ambtenaar stelt dat de wettelijke grondslag om de akte van inschrijving nietig te verklaren ontbreekt, zodat het verzoek dient te worden afgewezen.
De rechtbank volgt verzoeker niet in zijn standpunt dat de akte van inschrijving nietig is, omdat er geen sprake is geweest van een in het buitenland voltrokken huwelijk. Zoals hiervoor overwogen heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand terecht een akte van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking opgemaakt naar aanleiding van de door de rechtbank Amsterdam gegeven beschikking. Bovendien ontbreekt de wettelijke grondslag om een akte van inschrijving nietig te verklaren. Daarom wijst de rechtbank ook dit verzoek af.

Beslissing

De rechtbank:
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Vink, rechter, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2021.