ECLI:NL:RBDHA:2021:14335
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering mvv nareis wegens ontbreken toestemmingsverklaring achterblijvende ouder
Eiseres, van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar moeder die in Nederland verblijft met een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag af omdat de toestemmingsverklaring van de achterblijvende biologische vader, de achterblijvende ouder, ontbrak en niet aannemelijk was gemaakt waarom deze niet kon worden overlegd.
Eiseres voerde aan dat de weigering in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en dat het belang van het kind zwaarder zou moeten wegen dan de vereiste toestemmingsverklaring, mede vanwege een vermeende mishandeling door haar vader. De rechtbank oordeelde dat de weigering niet in strijd is met het EVRM en dat het ontbreken van de toestemmingsverklaring een gegronde reden is om de aanvraag af te wijzen. De gestelde mishandeling was niet onderbouwd.
Verder stelde eiseres dat zij gehoord had moeten worden in bezwaar, maar de rechtbank stelde vast dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat een hoorzitting geen ander besluit zou hebben opgeleverd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de mvv nareis wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van de toestemmingsverklaring van de achterblijvende ouder.