Uitspraak
- C/09/601584 en FA RK 20-7609 (ontbinding geregistreerd partnerschap)
- C/09/607334 en FA RK 21-981 (verdeling)
Ontbinding geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 2 november 2020 ingekomen verzoek van:
[X]
[Y] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier met bijlagen van 2 november 2020 van de vrouw;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier met bijlagen van 7 oktober 2021 van de vrouw;
- het F9-formulier met bijlagen van 11 oktober 2021 van de man;
- het F9-formulier met bijlage van 12 oktober 2021 van de vrouw.
- de vrouw, bijgestaan door mr. S.E. de Geus als waarnemer van mr. F. Borger van der Burg;
- de man, bijgestaan door mr. M.D. Sjerp-Verwoerd als waarnemer van mr. S.J. Hasselaar-Veltkamp.
Feiten
- Partijen zijn op [datum] 2018 te [plaatsnaam gp] een geregistreerd partnerschap aangegaan.
- Partijen hebben geen partnerschapsvoorwaarden afgesloten, waardoor tussen partijen van rechtswege een wettelijk beperkte gemeenschap van goederen bestaat.
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de gezamenlijke woning wordt verkocht, conform een opgesteld ‘spoorboekje’ waaraan de man zijn medewerking dient te verlenen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 15.000,-, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, en dat de overwaarde van de woning bij helfte wordt verdeeld als toegelicht in punt 12 van het verzoekschrift;
- te bepalen dat aan de vrouw een vergoeding toekomt terzake van het gebruik van de woning door de man ad € 992,37;
- te bepalen dat de (saldi van de) bankrekeningen tussen partijen verdeeld dienen te worden als beschreven onder punt 17 t/m 24;
- te bepalen dat de schulden aan [kredietverstrekker] ‘verdeeld’ worden als bedoeld in punt 27;
- de verdeling en verrekening van de beperkte gemeenschap vast te stellen zoals weergegeven onder punten 5 t/m 20 van het verweerschrift;
- vast te stellen dat de man een vergoedingsrecht heeft in verband met door hem verrichte aflossingen op de schuld van partijen na de peildatum;
- vast te stellen dat de man een vergoedingsrecht heeft in verband met door hem verrichte betalingen op de hypotheekschuld van partijen na de peildatum;
- vast te stellen dat de vrouw een bedrag van € 1.000,- aan de man dient te voldoen vanwege de lening die de man aan de vrouw heeft verstrekt;
- vast te stellen dat de man een vergoedingsrecht heeft op de gemeenschap, primair ter hoogte van 10,6% van de (verkoop)waarde van de woning, subsidiair ter hoogte van 5,79% van de (verkoop)waarde van de woning, dan wel meer subsidiair een percentage zoals de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;
- vast te stellen dat de man een vergoedingsrecht heeft op de vrouw ter hoogte van € 1.850,- vanwege de privéinvestering van de man in de auto van de vrouw;
- te bepalen dat de woning aan de [adres echtelijke woning] te [woonplaats 3] voor een bedrag van € 337.500,- wordt toegedeeld aan de man, onder de voorwaarden dat: