ECLI:NL:RBDHA:2021:14423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende onderbouwing discriminatie en bedreiging
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende man, diende op 13 maart 2020 een asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege zijn stam, de [naam 3], en zijn terugkeer uit Europa doelwit zou zijn van discriminatie en bedreiging door de groepering Al Shabaab. Eerder was zijn asielvergunning ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste informatie en terugkeer naar Somalië.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het asielrelaas ongeloofwaardig werd geacht. De rechtbank bevestigt dit oordeel, stellende dat eiser geen overtuigend bewijs leverde dat de [naam 3] een minderheidsgroep is die ernstige discriminatie ondervindt, noch dat hij persoonlijk een doelwit is van Al Shabaab. Tevens werden de beweringen over bedreigingen door de schoonfamilie niet geloofwaardig geacht.
De rechtbank overweegt dat eiser tegenstrijdige verklaringen gaf over de wijze waarop hij onder de aandacht van Al Shabaab zou zijn gekomen en dat hij tijdens zijn verblijf in Somalië geen directe confrontaties met deze groepering had. Ook ontbrak het aan onderbouwing van de vermeende discriminatie en persoonlijke dreiging.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende onderbouwing.