Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
mei 2015in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt te weten:
17april 2015 ( DOC‐215‐15e) en
17april 2015 ( DOC‐215‐15f) en
17april 2015 ( DOC‐215‐15g) en
17april 2015 (DOC‐215‐15h) en
17april 2015 (DOC‐215‐15i) en
17april 2015 ( DOC‐215‐15j),
mei 2015in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van genoemde valselijk opgemaakte offertes en deze voorhanden hebben gehad als ware zij echt en onvervalst, terwijl zij wist dat deze geschriften bestemd waren tot zodanig gebruik, bestaande die valsheid hieruit dat bedragen op deze offertes waren aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke/werkelijke offertes en deze offertes en calculaties waren geantedateerd en bestaande dat gebruikmaken hieruit dat zij, verdachte, genoemde offertes heeft doen toekomen aan Vestia;
het aangaan vaneen schriftelijke "Onderhoudsovereenkomst voor contractonderhoud Schoonmaak onderhoud” d.d. 20‐05‐2015 (DOC‐215‐21) voor de aanneemsom van 351.707,21 euro exclusief BTW en tot afgifte van een geldbedrag van in totaal 351.707,21 euro exclusief BTW.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
€ 50.000,- (VIJFTIGDUIZEND EURO).