Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
“Helemaal super!”) werd de factuur door [verdachte] aan een medewerker van Vestia verstuurd.
“minder hoog zijn en zo makkelijker door de stroom heen gaan”. Vervolgens heeft [verdachte] deze offertes de volgende dag ingediend bij het e-mailadres van [medeverdachte 1] bij Vestia. Uit een aangetroffen verdeelplan blijkt dat er voor deze opdracht € 20.000,- te verdelen viel tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] en dat er een extra voordeel voor “[medeverdachte 5]” was van “10k”.
"Projectbegeleiding vervangen HWA Rotterdam"voor € 8.050,00 exclusief BTW. In 2016 is door [bedrijf 5] in totaal voor € 36.300,00 gefactureerd (DOC-050-2 t/m, -5 en DOC-050-9 t/m -11) aan en per bank ontvangen van [medeverdachte 3].
Hier de prijzen, aanbieding moet op € 155.590,- uitkomen”)is opgemaakt, nadat [verdachte] de prijzen van de anti-slipstrips, te weten € 29.715,- (exclusief BTW), van het bedrijf [bedrijf 7] heeft doorgekregen. De rechtbank gaat ervan uit, mede gezien de originele inkoopfactuur van de strips en de aantekeningen daarop, dat dit de materiaalkosten waren.
“Fantastisch”. Vervolgens is de offerte verzonden aan het e-mailadres van [medeverdachte 1] bij Vestia. Aannemelijk is dat [bedrijf 4] vervolgens de opdracht heeft laten uitvoeren door het bedrijf van [getuige 2] voor een bedrag van € 48.050,-.
We zijn aan het sleutelen
Zet er maar 11k per toren op de torens”
9 k voor de houtrot en dan 2 k erop voor ons”
“Er kan 2300 op”. [verdachte] heeft dit vervolgens weer aan [bedrijf 9] doorgegeven.
het aangaan vancontracten
met[medeverdachte 3] en [bedrijf 4] en zijn, verdachtes, mededaders en tot afgifte van geldbedragen van in totaal ongeveer 802.993,89 euro (ZPV-3 p. 0213);
(€ 41.450 + € 50.500)en heeft omgezet
(€ 50.500)terwijl hij en zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
- medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] voor een gedeelte van de vordering groot € 91.654,20
- medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 8] voor een gedeelte van de vordering groot € 24.000,- en
- medeverdachte [medeverdachte 1] voor een gedeelte van de vordering groot (€ 408.997,60 vermeerderd met € 50.000 en € 50.000 en verminderd met € 24.000,- is) € 484.997,-.
- een bedrag van € 408.997 (facturen van [medeverdachte 3] aan Vestia, voor een bedrag van € 24.000,- betaald via [bedrijf 2]),
- een bedrag van € 50.000 ([bedrijf 4]),
- bedragen van € 9.363 ([adres 3]), € 21.200 (BOG/[adres 9]) en € 61.190 (project [adres 8] van [medeverdachte 5]) en
- een bedrag van € 50.000,- (project [project 3] met [medeverdachte 7]).
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
18 (ACHTTIEN) MAANDEN;