Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
4.De bewijsbeslissing
mei 2015in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, te weten meerdere offertes, telkens gericht aan Vestia, ten name van [medeverdachten 5 en 6] (DOC‐215‐15c en/of –d); en [medeverdachte 7] (DOC‐215‐15a t/m –j) en [medeverdachte 8], hebbende hij, verdachte, en zijn mededaders bedragen op deze offertes aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke/werkelijke offertes en calculaties en deze offertes geantedateerd, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
het aangaan vanmeerdere schriftelijke overeenkomsten aan [medeverdachten 5 en 6], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] en
afgifte vangeldbedragen van in totaal
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
9 (NEGEN) MAANDEN.