Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[Naam], verzoekster V-nummer: [Nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten ten bedrage van €
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met ingang van 3 november 2019 in te trekken. Nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard, heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 9 juli 2021 samen met een gelijksoortige zaak behandeld en vervolgens afgewezen, mede op grond van de uitspraak van 20 augustus 2021 op het beroep.
Gezien de uitkomst van het beroep is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster.