ECLI:NL:RBDHA:2021:14455

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 december 2021
Publicatiedatum
27 december 2021
Zaaknummer
NL21.16551
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Dublinverordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen overdrachtsbesluit op grond van Dublinverordening

Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende op 15 augustus 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam op 14 oktober 2021 een besluit tot overdracht van eiser aan de Spaanse autoriteiten op basis van artikel 26, eerste lid, van de Dublinverordening, aangezien Spanje verantwoordelijk werd geacht voor de asielaanvraag.

Eiser stelde dat hij liever vrijwillig naar Marokko wilde terugkeren en dat het besluit was gebaseerd op onzorgvuldig onderzoek. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was, mede omdat Nederland eerst een verzoek tot terugname aan Zwitserland had gedaan, dat was afgewezen vanwege een akkoord tussen Zwitserland en Spanje.

De rechtbank benadrukte dat het overdrachtsbesluit ook genomen moet worden als eiser vrijwillig zou willen terugkeren naar Marokko en dat het besluit een vrijwillige terugkeer niet in de weg staat. Eiser had bovendien niet het advies opgevolgd om zich bij het IOM in te schrijven voor terugkeer.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit aan Spanje wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.16551

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).

Procesverloop

Bij besluit van 14 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eiser aan de autoriteiten van Spanje zal worden overgedragen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2021 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te bezitten. Op 15 augustus 2021 heeft eiser een asielaanvraag ingediend in Nederland.
2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 26, eerste lid, van de Dublinverordening. [1] Daarin is bepaald dat de verzoekende lidstaat de betrokkene in kennis stelt om hem over te dragen aan de verantwoordelijke lidstaat. In dit geval is op grond van de Dublinverordening vastgesteld dat Spanje verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. Nederland heeft bij Spanje een verzoek om overname gedaan. De autoriteiten van Spanje hebben niet tijdig op het verzoek gereageerd, waarmee de verantwoordelijkheid van Spanje vaststaat.
3. Eiser voert tegen het bestreden besluit aan dat hij wil meewerken aan de overdracht aan Spanje, maar dat hij liever wenst terug te keren naar Marokko. Hij vraagt zich af waarom verweerder hem niet de ruimte gunt om de mogelijkheden daartoe te bespreken. Daarnaast voert eiser aan dat het bestreden besluit gebaseerd is op onzorgvuldig onderzoek.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Nederland heeft aanvankelijk bij Zwitserland een verzoek om terugname gedaan. Zwitserland heeft dit verzoek afgewezen omdat dat land een akkoord had bereikt met Spanje betreffende het overnemen van eiser. Dit is aan Nederland medegedeeld bij brief van 20 september 2021. Nederland heeft vervolgens bij Spanje een verzoek om overname gedaan en dit heeft geleid tot het fictief claimakkoord. De rechtbank ziet op grond hiervan geen aanleiding om eiser te volgen in zijn enkele stelling dat het bestreden besluit is gebaseerd op onzorgvuldig onderzoek.
5. Verweerder moet op grond van artikel 26, eerste lid, van de Dublinverordening eiser in kennis stellen van het overdrachtsbesluit, ook als eiser vrijwillig en zelfstandig zou willen terugkeren naar Marokko. Het bestreden besluit staat voorts aan een vrijwillige en zelfstandige terugkeer van eiser naar Marokko niet in de weg. De rechtbank merkt in dit kader op dat eiser door DT&V tijdens het tweede vertrekgesprek op 16 september 2021 is geadviseerd om zich in te schrijven bij het IOM indien zijn wens om terug te keren naar Marokko serieus is, maar dat niet is gebleken dat eiser dit advies heeft opgevolgd.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.P. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 604/2013.