ECLI:NL:RBDHA:2021:14494

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 november 2021
Publicatiedatum
27 december 2021
Zaaknummer
SGR 21/7093
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M. de Kleine
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 2.17 Activiteitenbesluit milieubeheer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtstreeks belang bij last onder dwangsom

Eisers, eigenaren van een pand, stelden beroep in tegen een last onder dwangsom die aan de exploitant van een horecagelegenheid was opgelegd wegens overschrijding van geluidsnormen. De last was gericht aan de exploitant, niet aan eisers.

De rechtbank overwoog dat belanghebbende in de zin van de Awb degene is wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Omdat alleen de exploitant een dwangsom kan verbeuren, is alleen hij belanghebbende. Het mogelijke financieel nadeel voor eisers als verhuurders, vanwege een contractuele relatie met de exploitant, is geen rechtstreeks belang.

Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 8 november 2021.

Uitkomst: Het beroep van de eigenaren is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/7093

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2021 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: R.M. Vos).

Procesverloop

Eisers hebben tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 16 april 2020 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. Bij besluit van 28 december 2017 heeft verweerder aan [A] , die op het adres [adres] [huisnummer] te [plaats] het horecabedrijf [horecabedrijf] lounge-cocktails-bar dreef, een last een onder dwangsom opgelegd in verband met overtreding van de op grond van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer geldende geluidsnorm. Hierbij is [A] gelast herhaling van de overtreding te voorkomen onder verbeurte van een dwangsom van € 4.500,- per keer dat niet wordt voldaan aan de last. Het maximum van de te verbeuren dwangsommen is gesteld op € 13.500,-.
3. [B] is per 1 februari 2018 exploitant van de horeca-inrichting, genaamd [horecainrichting] gevestigd aan de [adres] [huisnummer] te Den Haag en rechtsopvolger van [A] .
4. Eisers zijn de eigenaren van het pand gevestigd aan de [adres] [huisnummer] te Den Haag.
5. Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat tijdens een controle door een toezichthoudend ambtenaar van de Omgevingsdienst Haaglanden op 25 augustus 2019 is vastgesteld dat in de horeca-inrichting [horecainrichting] de geluidsnormen werden overschreden, waardoor een dwangsom is verbeurd.
6. Eisers betogen dat zij als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb moeten worden aangemerkt.
6.1.
De rechtbank overweegt als volgt.
6.2.
Op grond van artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb dient degene, aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken. Onder belanghebbende wordt op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb verstaan degene, wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
6.3.
De last onder dwangsom is niet gericht aan eisers. Voor hen vloeit uit het besluit geen verplichting tot betaling van een dwangsom voort. [1] Anders dan een besluit tot toepassing van bestuursdwang, betreft de last onder dwangsom alleen de - vermeende - overtreder. Omdat alleen de overtreder een dwangsom kan verbeuren, is in beginsel slechts hij aan te merken als belanghebbende bij de last als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.
6.4.
Voor zover eisers als eigenaren van het pand waarop de lastgeving ziet, zoals zij stellen, in hun belang zouden zijn geraakt doordat zij schade zouden gaan lijden in het geval [B] als gevolg van het voldoen van het bedrag van € 4.500,- failliet zou gaan, is dat geen belang dat rechtstreeks bij de aan [B] gerichte lastgeving is betrokken, aangezien dit belang slechts berust op een contractuele relatie tussen eisers en [B] . Het betoog faalt derhalve.
7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Kleine, rechter, in aanwezigheid van F. Leegstraten, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2018:3462.