ECLI:NL:RBDHA:2021:14502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. de Kleine
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens ontbreken rechtmatig verblijf en geen dringende redenen
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vader van een minderjarig Nederlands kind, verzocht om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Eiser stelde dat hij op grond van het Chavez-Vilchez-arrest en de afhankelijkheid van zijn autistische kind recht heeft op bijstand.
De rechtbank beoordeelde dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 11, derde lid, van de Participatiewet en het Besluit gelijkstelling vreemdelingen Participatiewet, omdat zijn aanvraag voor voortgezette toelating was afgerond en hij een nieuwe aanvraag had ingediend. Hierdoor kan hij niet worden gelijkgesteld met een Nederlander.
Ook oordeelde de rechtbank dat er geen sprake is van zeer dringende redenen op grond van artikel 16 van Pro de Participatiewet die bijstand zouden rechtvaardigen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van rechtmatig verblijf en geen dringende redenen.