ECLI:NL:RBDHA:2021:14517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. de Kleine
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenhang aanvragen persoonsgebonden budget en dwangsomverbeuring
Eisers dienden op 21 mei 2019 twee aanvragen in voor persoonsgebonden budget (pgb) voor hun minderjarige dochters. Verweerder kende op 22 juli 2019 vijf primaire besluiten toe, waarop eisers afzonderlijk bezwaar maakten. Na ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen, stelde verweerder bij besluit van 7 april 2020 tweemaal de maximale dwangsom toe vanwege het te laat beslissen.
Eisers betwistten dat slechts tweemaal dwangsom verschuldigd zou zijn en vorderden vijfmaal de maximale dwangsom, stellende dat de besluiten afzonderlijk zijn en geen samenhang vertonen. De rechtbank overwoog dat op grond van vaste rechtspraak en artikel 4:17 Awb Pro bij inhoudelijk samenhang van aanvragen slechts eenmaal dwangsom verbeurd wordt.
De rechtbank concludeerde dat de twee aanvragen per dochter in gezinsplannen waren samengevoegd en de voorzieningen hetzelfde doel dienden, waardoor slechts tweemaal de dwangsom terecht was toegekend. Het beroep werd ongegrond verklaard, ondanks de erkende complexiteit en het nadeel voor eisers door de vertraagde besluitvorming.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat slechts tweemaal de maximale dwangsom is toegekend.