Eiser, voormalig autoplaatwerker, vroeg om een herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid in verband met vermeende toename van klachten. Verweerder had eerder vastgesteld dat eiser per 8 juni 2019 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestond. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen hun medische beoordelingen zorgvuldig hadden uitgevoerd en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) een juist beeld gaf van de beperkingen van eiser.
Eiser voerde aan dat zijn klachten ernstiger waren dan vastgesteld en dat hij de geduide functies niet kon verrichten. De rechtbank stelde vast dat de medische stukken en aanvullende informatie door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) waren betrokken en dat er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen waren onderschat. De arbeidsdeskundige b&b had bovendien gemotiveerd dat de belastingen van de functies binnen de belastbaarheid van eiser lagen.
De rechtbank benadrukte dat niet de ervaren klachten of diagnose doorslaggevend zijn, maar de objectief medisch onderbouwde beperkingen ten aanzien van arbeid. Omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de medische beoordeling onjuist was, werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.