Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 april 2021 in de zaak tussen
: [derde-partij 1] B.V. en [derde-partij 2] B.V., te Buren,
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak verzochten belanghebbenden om een voorlopige voorziening tegen de verleende omgevingsvergunning voor het kappen van twee houtopstanden en 26 populieren langs de Provincialeweg N223.
De vergunning werd verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland aan twee bedrijven, met het doel de weg duurzaam veiliger in te richten. Verzoekers stelden dat de vergunning vooruitloopt op een nog niet onherroepelijk bestemmingsplan en dat de noodzaak van de kap onduidelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontbreken van een onherroepelijk bestemmingsplan geen belemmering vormt voor de vergunningverlening. Tevens werd de noodzaak van de kap voldoende onderbouwd, mede vanwege de planning van de wegwerkzaamheden en het voorkomen van broedvogelschade.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van duurzame verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het behoud van de houtopstanden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de kapvergunning voor houtopstanden langs de N223 wordt afgewezen.