ECLI:NL:RBDHA:2021:14550
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens verblijf zonder rechtmatig verblijf
Eiser, met de Albanese nationaliteit, werd op 3 september 2021 staande gehouden op een zeiljacht met andere Albanese vreemdelingen. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vaardigde op 5 september 2021 een terugkeerbesluit uit op grond van artikel 62 Vreemdelingenwet Pro 2000, gecombineerd met een inreisverbod van twee jaar wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf.
Eiser betoogde dat de Koninklijke Marechaussee onjuiste informatie had verstrekt aan zijn gemachtigde over het opleggen van maatregelen, waardoor sprake zou zijn van machtsmisbruik en schending van het vertrouwensbeginsel. Tevens stelde hij dat hij niet adequaat was gehoord over het inreisverbod en dat persoonlijke omstandigheden, zoals het willen bezoeken van zijn zus in Italië, onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om vrijstelling van griffierecht terecht was toegewezen en dat het geschil zich beperkte tot het inreisverbod. De stellingen over machtsmisbruik en vertrouwensschending werden verworpen, mede omdat eiser tijdens het gehoor aangaf geen advocaatbijstand te wensen en geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan eerdere communicatie. De persoonlijke omstandigheden werden niet betrokken bij de beoordeling omdat het inreisverbod ex tunc wordt getoetst.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.