ECLI:NL:RBDHA:2021:14551
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens kennelijke ongegrondheid
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond op 10 november 2021. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 2 december 2021 behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De rechtbank heeft in de hoofdzaak het beroep ongegrond verklaard. Op grond daarvan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.