ECLI:NL:RBDHA:2021:14707

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 december 2021
Publicatiedatum
30 december 2021
Zaaknummer
21/2815
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op toekenning invaliditeitspensioen voor nek-, rugklachten en clusterhoofdpijn

Eiser, sinds 1994 militair, kreeg een militair invaliditeitspensioen toegekend voor PTSS en chronische achillespeesklachten met een invaliditeitspercentage van 14%. Voor zijn nekklachten, lage rugklachten en clusterhoofdpijn werd geen dienstverband erkend.

Eiser betoogde dat deze klachten voortkomen uit zijn militaire werkzaamheden, waaronder zware lichamelijke belasting en verkeerde houdingen. Verweerder verwees naar een rapport van een verzekeringsarts die concludeerde dat het dienstverband niet aannemelijk was voor deze klachten, mede omdat de klachten pas jaren later ontstonden en onvoldoende onderbouwd werden.

De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat eiser onvoldoende bewijs leverde om twijfel te zaaien over de bevindingen van verweerder. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van invaliditeitspensioen voor slechts twee aandoeningen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/2815

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 december 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.P.K. Ruperti),
en

de minister van Defensie, voorheen de staatssecretaris van Defensie, verweerder

(gemachtigde: H.A.L. Knoben).

Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2020 (primair besluit) heeft verweerder aan eiser met ingang van
1 april 2020 een militair invaliditeitspensioen (hierna: mip) toegekend, dat berekend wordt naar een mate van invaliditeit van 14%.
Bij besluit van 3 maart 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft bij brief van 31 mei 2021 een reactie ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 1 december 2021 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser, sinds 1994 in dienst van verweerder, laatstelijk werkzaam in de functie van opvolgend pelotonscommandant bij de Koninklijke Landmacht, is in november 2015 uitgevallen wegens depressieve klachten en paniekaanvallen. Op 10 april 2018 heeft een militair geneeskundig onderzoek (hierna: MGO) plaatsgevonden, waarvan op 10 april 2019 een rapport is uitgebracht met de conclusie dat eiser ‘blijvend ongeschikt’ is voor het vervullen van de militaire dienst. In het MGO-rapport is vastgesteld dat eiser aan vijf aandoeningen lijdt: een PTSS, chronische achillespeesklachten, nekklachten, lage rugklachten en clusterhoofdpijn. Dienstverband is aanvaard alleen voor de PTSS en de chronische achillespeesklachten, en is de mate van invaliditeit voor deze twee aandoeningen vastgesteld op een percentage van (afgerond) 14%. Partijen verschillen nu van mening of ook voor de nekklachten, lage rugklachten en clusterhoofdpijn van eiser een (oorzakelijk) dienstverband dient te worden aangenomen.
Wat vinden eiser en verweerder in beroep?
2. Eiser vindt dat voor zijn nekklachten, lage rugklachten en clusterhoofdpijn een dienstverband aannemelijk is. Eiser heeft tijdens zijn werk als militair veel zware lichamelijke werkzaamheden verricht waardoor zijn rugklachten zijn ontstaan. Eiser vermoedt dat zijn nekklachten zijn ontstaan door in een verkeerde houding werkzaamheden uit te voeren als militair. De huidige hoofdpijnklachten van eiser zijn ontstaan door de PTSS in combinatie met zijn fysieke klachten. Verweerder dient daarom ook voor de nekklachten, lage rugklachten en clusterhoofdpijn van eiser een invaliditeitspercentage toe te kennen.
3. Verweerder handhaaft het bestreden besluit, onder verwijzing naar de rapportage van (bezwaar)verzekeringsarts M. Bourier van 8 oktober 2020. Bourier heeft hierin toegelicht dat en waarom niet aannemelijk is dat de rugbelasting tussen 1995 en 2005 (tijdens vier uitzendingen naar Bosnië), en tussen 2000 en 2008 (bij de infanterie), alsook het maken van een verkeerde beweging in 2015 tijdens uitzending, hebben geleid tot de jaren later ontstane chronische (aspecifieke) rugklachten. Dat de PTSS-klachten in combinatie met de fysieke klachten de clusterhoofdpijn hebben doen ontstaan en verergerd, zoals in bezwaar wordt gesteld, is niet nader onderbouwd. Aangezien het zowel wat betreft de lage rugklachten als de hoofdpijnaanvallen niet aannemelijk is dat deze klachten door de uitoefening van de militaire dienst zijn ontstaan, kan een indirect dienstverband voor de nekklachten evenmin worden aangenomen, aldus Bourier.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. Er zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het MGO onzorgvuldig is geweest. De conclusies in het MGO-rapport zijn inzichtelijk en concludent. Dit geldt ook voor de conclusies in de voornoemde rapportage van Bourier, waarmee een adequate reactie is gegeven op de bezwaargronden.
De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep zijn in bezwaar ingenomen standpunten heeft herhaald. Verweerder heeft op de standpunten van eiser in de besluitvorming gemotiveerd gereageerd, en eiser heeft met het herhalen van de bezwaargronden in beroep niet inzichtelijk gemaakt waarom deze motivering niet juist is. Eiser heeft zijn aannames en vermoedens over het bestaan van een dienstverband voor zijn nekklachten, lage rugklachten en clusterhoofdpijn, zoals in de beroepsgronden uiteengezet, niet met medisch bewijs onderbouwd. Gezien het vorenstaande is eiser niet erin geslaagd om twijfel te zaaien ten aanzien van de bevindingen van verweerder dat voor deze drie aandoeningen een dienstverband niet aannemelijk is. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerder voor de nekklachten, lage rugklachten en clusterhoofdpijn ten onrechte geen invaliditeitspercentage heeft toegekend.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.N. Powell, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 december 2021.
Verhinderd te tekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.