ECLI:NL:RBDHA:2021:14709
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging in Gambia
Eiseres, een Gambiaanse vrouw geboren in 1998, diende op 21 april 2021 een asielaanvraag in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 20 oktober 2021 af, omdat er volgens hem geen gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade bestond.
Eiseres stelde dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad om haar vrees tijdens het nader gehoor toe te lichten, mede doordat zij voor haar baby moest zorgen. Ook vreesde zij uitgehuwelijkt te worden bij terugkeer, met risico op mishandeling en seksueel misbruik. De rechtbank oordeelde echter dat het nader gehoor ontspannen verliep en eiseres voldoende rustmomenten kreeg, en dat zij voldoende gelegenheid had gehad om haar verhaal te doen.
Verder vond de rechtbank dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij geen steun kan verwachten van haar familie of bescherming van de Gambiaanse autoriteiten. De stelling dat zij uitgehuwelijkt zou worden wegens financiële problemen was niet onderbouwd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het asielverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.