ECLI:NL:RBDHA:2021:14721
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken objectieve ziekte
Eiser, een gewezen dienstplichtig militair, diende een aanvraag in voor een militair invaliditeitspensioen (mip) wegens klachten aan zijn voeten die hij toeschrijft aan zijn uitzending naar voormalig Joegoslavië in 1993-1994. Verweerder, de minister van Defensie, wees de aanvraag af omdat uit medisch onderzoek bleek dat er geen objectieve ziekte of gebrek kon worden vastgesteld.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de oorzaak van zijn aandoening, aangeduid als greppelvoet of immersievoet, en overhandigde een dermatologisch rapport ter onderbouwing. Verweerder verwees naar een orthopedisch rapport waaruit bleek dat geen afwijkingen of restverschijnselen waren gevonden en dat de klachten atypisch zijn. Een aangekondigde contra-expertise door eiser heeft nooit plaatsgevonden.
De rechtbank constateerde dat eiser zijn bezwaarpunten in beroep herhaalde zonder nieuwe bewijzen te leveren die de eerdere medische conclusies weerleggen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de klachten niet objectief kunnen worden vastgesteld als ziekte of gebrek en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag militair invaliditeitspensioen wordt ongegrond verklaard.