ECLI:NL:RBDHA:2021:14723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende inkomensvereiste en onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij zijn Nederlandse partner (referente). De aanvraag werd afgewezen vanwege het niet voldoen aan het inkomensvereiste. Referente ontvangt een Anw-uitkering die vervalt bij gezinshereniging en heeft daarnaast een pensioeninkomen dat onvoldoende is om het wettelijk minimumloon voor echtparen te bereiken.
Eiser voerde aan dat verweerder een te strenge inkomensnorm hanteert en dat hij tekorten kan aanvullen met eigen vermogen en werkmogelijkheden, maar dit werd als onzeker en onvoldoende onderbouwd beoordeeld. Ook het beroep op het arrest Chakroun faalde omdat referente niet aantoonde over stabiele en regelmatige inkomsten te beschikken.
Verweerder stelde dat er geen aanleiding was om van het beleid af te wijken en dat de medische onderbouwing van de arbeidsongeschiktheid van referente onvoldoende was. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat referente volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en dat verweerder terecht geen vrijstelling van het inkomensvereiste verleende.
De rechtbank vond dat verweerder de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig had gemaakt en dat geen sprake was van schending van de hoorplicht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende inkomen en onvoldoende onderbouwing van volledige arbeidsongeschiktheid.